ZO ZIT DAT

‘HET LOONT ENORM OM MET SCHIJNZELFSTANDIGEN TE WERKEN’

FNV werpt dam op tegen flexwerk

Tekst Jan Bos Illustratie Rhonald Blommesteijn

’BIJ VAST WERK HOORT EEN VAST CONTRACT’

Een derde van alle werkenden is flexwerker. Sinds 2003 is hun aantal verdubbeld. Flexwerkers – vooral zzp’ers en uitzendkrachten – kampen per definitie met onzekerheid. De FNV wil dat een vast contract weer de norm wordt. Het Team Naleving & Flex zet alles op alles om de doorgeslagen flexibilisering terug te dringen. Rechtszaken, poortacties, demonstraties voor de Tweede Kamer: geen middel wordt geschuwd.

‘Het zal wel weer een lange, taaie zitting worden’, verzucht Marije Ottervanger, als campagneleider Platformwerk onderdeel van het Team Naleving & Flex, voordat ze met een groepje collega’s in het enorme Paleis van Justitie aan het Amsterdamse IJdok verdwijnt. Op de rol staat het hoger beroep dat maaltijdbezorger Deliveroo heeft aangespannen tegen de uitspraak dat hij zich moet houden aan de cao Beroepsgoederenvervoer. Ottervanger kent het klappen van de zweep: het is bepaald niet de eerste rechtszaak waarin de FNV en een platformbedrijf – dat zijn bedrijven die via een app werk en werkenden bij elkaar brengen – tegenover elkaar staan.

Eerder stelde de rechter de FNV al tot twee keer toe in het gelijk met de uitspraak dat de maaltijdbezorgers van Deliveroo geen zzp’ers zijn en dus recht hebben op een normale arbeidsovereenkomst. Ook nu is Ottervanger optimistisch gestemd. ‘Deliveroo houdt zich bezig met beroepsgoederenvervoer, dan moeten ze zich ook aan de cao houden. Daar hebben we al eerder gelijk in gekregen. Dit hoger beroep is alleen bedoeld om de boel te vertragen.’

SCHIJNZELFSTANDIGHEID

Het is werk van lange adem, maar langzaam maar zeker weet de FNV een dam op te werpen tegen de excessen van de platformeconomie. ‘Bedrijven als Deliveroo en Uber zien werknemers als een noodzakelijk kwaad’, stelt Ottervanger. ‘Ze doen alsof het zzp’ers zijn die daar zelf voor hebben gekozen, maar dat is schijnzelfstandigheid. Alles wijst erop dat ze gewoon in dienst zijn, dan hoort daar ook een normale arbeidsovereenkomst bij. Gelukkig heeft de rechter ook geoordeeld dat Deliveroo de riders gewoon in dienst moet nemen. Ook Uber hebben we voor het gerecht gedaagd, omdat we vinden dat het bedrijf zich aan de cao voor het Taxibedrijf moet houden.’

Aan de rechtszaken gaat een gedegen voorbereiding vooraf. ‘We verzamelen eerst bewijslast door uitvoerig met de mensen in gesprek te gaan’, legt Ottervanger uit. ‘We gaan de straat op en vragen wat ze verdienen en waar ze allemaal tegenaan lopen. Dat is best lastig, want ze voelen zich kwetsbaar, ze kunnen hun werk zomaar kwijtraken. Maar door loonstrookjes uit te spitten en goed door te vragen, hebben we stevige zaken kunnen opbouwen.’ In vergelijking met de landen om ons heen is de flexibilisering van de arbeidsmarkt in Nederland veel verder doorgeslagen.

Dat verwijt Ottervanger vooral de overheid die toestaat dat de Belastingdienst er een potje van maakt. ‘Fiscaal wordt de bedrijven geen strobreed in de weg gelegd. De Belastingdienst doet niks, ze leven hun eigen regels niet eens na, dat geven ze gewoon toe. Het loont enorm om met schijnzelfstandigen te werken, bedrijven betalen geen pensioenpremie en aan doorbetalen van loon bij ziekte doen ze al helemaal niet. Dat levert zoveel concurrentievoordeel op dat ook de goede bedrijven daarin meegaan.’

ZEKERHEID IS GEEN LUXE

Een grote groep onder de flexwerkers zijn de uitzendkrachten. En hoewel voor hen een cao is afgesloten verkeren de meesten dagelijks in grote onzekerheid. ‘Je weet nooit of je morgen weer werk hebt’, schetst consulent Dymph Sevenhuijsen de situatie van de gemiddelde uitzendkracht. Sevenhuijsen is een van de motoren achter de campagne ‘Eerlijke arbeidsmarkt voor uitzendkrachten’ en wordt dagelijks geconfronteerd met de meest schrijnende gevallen. ‘Uitzendwerk wordt verdeeld in verschillende fasen’, licht ze toe.

‘In de eerste fase heb je nog nauwelijks rechten en die zou eigenlijk na anderhalf jaar moeten eindigen, maar met allerlei constructies wordt daar de hand mee gelicht. Ruim driekwart van de uitzendkrachten blijft in die fase hangen, dat betekent dat je nauwelijks pensioen opbouwt en je voortdurend afvraagt of je morgen nog wel een inkomen hebt. Bedrijven spreken we er bij herhaling op aan om de afspraken na te leven, vooral de multinationals, dat zijn toch de grootgebruikers van uitzendkrachten.’

Sevenhuijsen en haar collega’s hebben de ervaringen van tientallen uitzendkrachten verzameld in het witboek ‘Zekerheid is geen luxe’. ‘We zijn er op uitgegaan om de verhalen op te tekenen. Soms hebben we ons bij de poort verdekt opgesteld om buiten het zicht van iedereen met uitzendkrachten in gesprek te gaan, want ze zijn bang dat ze worden ontslagen als ze met de vakbond worden gezien.’

DRAAIDEURCONSTRUCTIES

Om de politiek met de neus op de feiten te drukken is het witboek overhandigd aan een delegatie van de Tweede Kamer. ‘Onzekerheid moet worden teruggedrongen’, vat Sevenhuijsen de belangrijkste aanbeveling samen. ‘Bij vast werk hoort een vast contract. Uitzendwerk is bedoeld voor tijdelijk werk, de eerste fase zou niet anderhalf jaar, maar hoogstens een halfjaar moeten duren. We willen af van draaideurconstructies.’

De Tweede Kamerleden leken onder de indruk van de verhalen uit het witboek. ‘Iedereen was in shock’, vertelt Sevenhuijsen. ‘Ze vinden allemaal dat er wat moet gebeuren, maar vervolgens blijft het stil.’ Toch zinkt de moed haar niet in de schoenen. ‘We hebben ook zes jaar gevochten tegen contracting, een truc van uitzendbureaus om de cao te ontduiken en veel te weinig loon te betalen, en dat is uiteindelijk ook gelukt.’

AMERIKAANSE TOESTANDEN

De FNV staat in haar aversie tegen de doorgeslagen flexibilisering bepaald niet alleen. ‘De publieke opinie is aan het kantelen’, constateert Ottervanger tevreden. ‘Daar ben ik eigenlijk het meest trots op, we hebben echt wat in beweging gezet.’ Nu er een nieuw kabinet in de maak is, vestigt ze haar hoop op de politiek. Ook Sevenhuijsen vindt dat de politiek aan zet is. ‘We zullen ze er op blijven aanspreken’, zegt ze strijdbaar, ‘het kan zo echt niet doorgaan. Straks hebben we alleen nog maar flexwerkers. Dan is er geen sociale zekerheid meer en moet je twee of meer banen hebben om rond te kunnen komen.’ ‘Amerikaanse toestanden liggen op de loer’, vreest ook Ottervanger. ‘Voor de FNV is het een van de belangrijkste uitdagingen om dat te voorkomen. Wij blijven keihard inzetten op een zekere toekomst voor iedereen.’

‘ZE DOEN ALSOF HET ZZP’ERS ZIJN DIE DAAR ZELF VOOR HEBBEN GEKOZEN’

‘AL DIE UREN DAT JE WACHT, KRIJG JE NIKS’

Wouter van der Weerd (34) Maaltijdbezorger


Wouter werkt nog maar een paar maanden als rider voor Deliveroo, maar hij heeft al haarfijn in de gaten hoe de arbeidsverhoudingen liggen. ‘Ze doen alsof ik zzp’er ben, maar ik kan niet eens zelf over de prijs onderhandelen, dus dat is een schijnvertoning.’ Om genoeg te verdienen maakt hij vaak lange dagen. ‘Dat moet wel, want je krijgt alleen betaald als je bestellingen hebt. Al die uren dat je wacht krijg je niks, terwijl je wel je vaste lasten hebt. Want je fiets en je telefoon moet je zelf betalen.’ Op goeie dagen fietst Van der Weerd zo’n 15 euro per uur bij elkaar. ‘Maar er zijn ook dagen dat ik helemaal niets verdien.’ Hij kan niet wachten tot Deliveroo zich aan de cao Beroepsgoederenvervoer moet houden. ‘Dan heb ik tenminste een vast basisinkomen. Die platforms verdienen echt heel veel geld, daar hoef je geen medelijden mee te hebben.’

‘DE ROTKLUSJES MAG IK DOEN’

Ali Farissi (60) Uitzendkracht


Al achttien jaar werkt Ali als uitzendkracht in de ploegendienst bij margarinefabriek Upfield in Rotterdam. Hij ervaart als geen ander aan den lijve hoe oneerlijk de arbeidsmarkt voor uitzendkrachten is. ‘Ik verdien vier euro per uur minder dan mijn collega’s met een vast contract’, vertelt hij gelaten. ‘Terwijl ze precies hetzelfde werk doen. Bovendien bouwen zij een veel beter pensioen op. Als ik straks 66 ben krijg ik precies 388 euro pensioen, terwijl zij 1500 euro krijgen. Ik kan nu al moeilijk rondkomen, maar straks kan ik helemaal geen kant op.’ Zodra Farissi lucht krijgt van een vacature meldt hij op kantoor dat hij belangstelling heeft. Tevergeefs. ‘Ik word al die jaren aan het lijntje gehouden. Uitzendkrachten zijn voor de baas voordeliger.’ De materiële verschillen zijn voor Farissi moeilijk te verkroppen, maar minstens zo zuur is het gevoel dat hij er als uitzendkracht niet helemaal bij hoort. ‘De rotklusjes mag ik doen. Daar hebben we uitzendkrachten voor, zeggen ze dan.’

Deel deze pagina