VOORWOORD

DE EERSTE HONDERD

Tuur Elzinga vertelt in dit voorwoord over zijn eerst honderd dagen als voorzitter van de FNV.

Mijn eerste honderd dagen als voorzitter zitten er bijna op als dit magazine op de deurmat valt en in de mailbox landt. Een kleine honderd dagen dus waarin de FNV actie heeft gevoerd op straat, in Den Haag met politiek en werkgevers heeft gepraat, 1 mei heeft gevierd en heel veel bijeenkomsten online heeft georganiseerd. En toch kan ik niet wachten op de periode na het coronavirus, waarin we elkaar weer fysiek kunnen ontmoeten en er geen belemmeringen meer zijn om samen acties te voeren en - als het nodig is - weer massaal de straat op te gaan.

Als ik dit schrijf, zijn de politieke partijen nog volop in gesprek om een vervolg te geven aan de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen. Ook de FNV wordt daarbij gevraagd om mee te denken welke kant het op moet met Nederland in de komende periode.

Onze inzet daarbij is onveranderd: er moet een eind komen aan de onzekere contracten die door veel werkgevers als verdienmodel worden gezien, de lonen moeten omhoog, in het bijzonder het minimumloon dat snel naar 14 euro per uur moet en we moeten nu investeren in een sociaal en duurzaam herstel van de Nederlandse samenleving.

Dat is een flink pakket en dat lijkt me terecht. Nu is het moment om de sociale en economische gevolgen van de coronacrisis aan te grijpen om ons land beter in te richten en sterker uit de crisis te komen. Daar zal ik mij, ook na deze eerste honderd dagen, met de rest van het bestuur en onze hele organisatie en met zoveel mogelijk FNV-leden keihard voor blijven inzetten.

Tuur Elzinga Voorzitter FNV

Deel deze pagina